Paul Van Herck 1 - TSM 2: 8-8
1 4596 VAN HERCK PAUL 2035 1-0 17779 VERHAEGEN WIM 2054
2 30228 VERLEYE WILLY 1968 1⁄2-1⁄2 13315 DEWEERDT JAN 1972
3 46949 CAYENBERGHS RENE 1738 1⁄2-1⁄2 52469 VERCAMMEN ROBERT 1971
4 10324 VAN DE PERRE PATRICK 1646 0-1 54712 JANSSEN DRIES 1970
Dries was traditiegetrouw als eerste klaar. In een materieel gelijkstaande stelling waarin beide spelers lang gerokeerd hadden leek op het eerste zicht niets aan de hand te zijn. Maar Dries bouwde stapje voor stapje het initiatief op terwijl de tegenstander machteloos toekeek. Zijn a-pion vloog naar voor terwijl dame en loper op b7 gericht werden. Het resultaat verraste niet, het was er zelfs sneller dan verwacht.
Veel rustiger ging het eraan toe bij Jan. De tegenstander, die bij het horen van het woord winstambitie waarschijnlijk koude rillingen krijgt, hield de boel symmetrisch zolang hij kon. Meestal is dat een slecht idee, maar Jan kon toch geen gaatje in de stelling prikken. Toen hij dan met minder tijd op de klok een remisevoorstel kreeg zag hij dat het geen zoden aan de dijk zette. Een eerste gelijkspel dus.
Berts tegenstander ging ook al niet voor de volle pot, en koos daarvoor een populair "remise"-variantje. Ik heb het fijne ervan niet kunnen zien, maar Bert leek toch wel een klein voordeeltje te behalen. Het zal in elk geval niet groot genoeg geweest zijn, want Bert stelde zelf remise voor, ook al met minder tijd op de klok. Dat liet zijn tegenstander zich geen twee keer zeggen.
Dit alles speelde zich af terwijl ikzelf al een tijdje tegen een hopeloze stelling aankeek. Na wat psychologische oorlogvoering in de opening tegen de clubtitularis was die op een dubieus stukoffer ingegaan. Dit in de veronderstelling dat ik er niets van kende en hij wel. Ik dacht het wel te kennen, maar dat bleek niet het geval. Mijn tegenstander ook niet trouwens, maar dat was niet nodig aangezien ik in enkele zetten mezelf de das omdeed. In plaats van het materiaal te houden trachtte ik een aanval tegen zijn koning uit de grond te stampen. Dat leek nog even te lukken ook, maar na enkele gedwongen zij het krachtdadige zetten kostte het me alleen maar materiaal. Na nog wat geploeter in tijdnood waarin de remise nooit in zicht kwam moest ik het hoofd neerleggen, en dus in de deling der matchpunten berusten.
Afdeling: 2 Serie: A
166 TSM 1 - Eisden/MSK-Dilsen 1 703
1 19224 DE CONINCK RAFAEL 2234 ½-½ 48992 DRIESSENS PATRICK 2325
2 12424 DE WACHTER MATHIAS 2323 ½-½ 23779 SIMENON JOZEF 2220
3 38741 VERDUYN PHILIPPE 2192 1-0 23426 BUS TOM 2172
4 30651 VANPARYS PHILIP 2194 ½-½ 46299 NACHBAR BENJAMIN 2164
5 22641 VANLERBERGHE FILIP 2180 ½-½ 11486 MENGERINK YNZE 2071
6 26786 HELSEN STEFF 2149 1-0 11001 MIESEN FABIAN 2064
7 34525 MANGELSCHOTS PETER 2068 ½-½ 2933 HENDRIKX TONY 2004
8 23981 VAN DER FRAENEN JOEP 2057 ½-½ 16659 THORA JACK 1916
18 - 14
Het zal de trouwe lezer van onze rondeverslagen niet ontgaan zijn dat Peter de laatste tijd stilaan onze vaste reporter was geworden. Voor deze ronde vroeg hij echter om vervanging omdat hij veel te weinig had gezien van de andere partijen.
U zult het deze keer dus met mijn schrijfsels moeten doen. Wat mij betreft is het echter met plezier gedaan, want ik mag u uitleggen hoe onze ploeg, voor het eerst sinds de openingsronde, nog eens op één dag tijd aan twee matchpunten is geraakt.
De eerste partij die eindigde, leverde ons meteen een vol punt op. Steff had in een min of meer gesloten middenspel de zaak met zwart rustig onder controle gehouden, zonder het te remise-achtig te laten worden. Hij ontwikkelde wat druk op de c-lijn en transformeerde dat voordeeltje even later in een mooie diagonaal voor zijn witveldige loper, op dat moment het beste stuk op het bord. Enkele ruilen later had Steff de f-lijn en druk op de koningsvleugel. Die druk had wit moeten “opvangen” door in te gaan op een iets slechter eindspel, maar daarvoor moest hij eerst nog – op straffe van mat – een tussenzetje spelen. Wat hij, u raadt het al, niet deed…
Daarna volgde een hele reeks remises. De eerste was Joep, die eerder deze week al had aangegeven dat hij niet veel zin had om te spelen. Op het bord liet hij wit veel ruimte winnen op de koningsvleugel, maar echt gevaarlijk werd dat nooit omdat de stelling op de rest van het bord voldoende ongebalanceerd was. Toen wit uiteindelijk remise voorstelde, dacht Joep terug aan de tweede zin van deze alinea en ging hij op het aanbod in.
Ondergetekende was als derde klaar. In de opening was ik al na vijf zetten uit mijn theorie en ik reageerde niet optimaal. Zwart ontwikkelde meteen een zeker initiatief op de koningsvleugel en dat zinde me niet. Naarmate de partij het middenspel inging leek het me toch wel mee te vallen en toen ik mijn stelling gelijk achtte, stelde ik remise voor. Zwart accepteerde, omdat hij net op dat moment vreesde slechter te komen staan. Terecht, zoals de analyse uitwees. Jammer voor mij, maar ik zal het er maar bij houden dat het nu eenmaal moeilijk is om zo’n mentale switch te maken als je eerst een tijd op behoud hebt gespeeld.
Maar soit, al bij al was ik toch tevreden.
Vervolgens was er Peter, zoals bovenaan in dit verslag gezegd dus de hele tijd druk bezig met zijn eigen partij. De ironie wil dat ik daar nu net zelf niet zo veel van heb meegepikt. Ik herinner me tegengestelde rokades, maar tot een woeste wederzijdse aanval kwam het niet. De strijd speelde zich, voor zover ik het heb gezien, voornamelijk in het centrum af. Daar leek Peter na enige tijd wat druk op een achtergebleven pion te ontwikkelen, wat hem volgens mij de iets makkelijker te spelen stelling opleverde. Toch stonden even later de twee koningen in het centrum, terwijl alle andere stukken weer op hun beginpositie stonden. Ik heb dus niet gezien hoe deze partij remise geworden is.
Met 2,5-1,5 op de teller, waren er nog vier partijen bezig. Voor ons waren dat Mathias en de drie PhFilippen. Mathias zat aan de zwarte kant van een duw-en-trekstelling en hield lange tijd de partij gaande zonder ooit echt in moeilijkheden te komen. Toen hij, de tussenstand indachtig, een blik wierp op de drie nog resterende borden en onder andere zag dat Filip nu meer dan waarschijnlijk niet meer zou verliezen (zie later), stelde hij zich tevreden met remise. Na de partij zei hij overigens dat het in de slotstelling toch sowieso erg moeilijk was om nog op winst te spelen.
Onze meest recente aanwinst, Philippe, liet zich vandaag van zijn meest efficiënte kant zien. In een ogenschijnlijk onschuldig middenspel hield hij met wit toch doorlopend wat initiatief en zwart slaagde er niet in dat te neutraliseren, ondanks veel tijdsverbruik. Tegen de tijdnood aan werd het dan ook nog een beetje tactisch. De stelling evolueerde van beter naar gewonnen en wit hield het hoofd koel om net voor de veertigste zet het laken volledig naar zich toe te trekken. Een zeer keurige en rechtlijnige partij van Philippe!
Ongeveer een halve minuut later was de partij op bord vier ook beslist. Philip had na een omzeggens overbodig middenspel een positionele droomstelling onder de vorm van een lange pionnenketen met een dominant paardenpaar tegen een kreupel loperpaar. Zwart nam alle tijd om te manoeuvreren. Wit kon nooit de structuur van de stelling veranderen en Philip maakte heel langzaam vooruitgang. Maar toen het bord naast hem zoals hierboven beschreven op een overwinning voor ons eindigde en de stand op 4-2 kwam, was een remise voldoende voor de matchzege. Philip dacht niet aan zichzelf en gaf zijn tegenstander de kans om met een halfje te ontkomen. Wit wist natuurlijk wel dat zijn team op die manier met zekerheid zou verliezen, maar anderzijds kon hij in deze stelling onmogelijk weigeren. Remise dus, en 4,5-2.5.
Toen was alleen Filip nog bezig. Dit was waarschijnlijk de meest bizarre partij van deze namiddag. Filip haalde zich al meteen in de opening heel wat moeilijkheden op de hals door te nonchalant te spelen en zijn ontwikkeling te verwaarlozen. Niet veel later schoot hij er een pion bij in en moest hij ook nog eens passief toekijken hoe zwart na de dameruil controle over het centrum overnam en zijn torens verdubbelde op de open d-lijn. En eerlijk is eerlijk, op dat moment gaf ik geen cent meer voor Filips stelling. Maar toen begon zwart het wat te safe te spelen. In plaats van iets aan te vangen met zijn stelling, leek hij plots te willen gaan consolideren. Filip kreeg dus de tijd om zijn stukken weer te organiseren en weer wat spel te krijgen. Zwart dacht ook lang na, en toen ik de volgende keer kwam kijken, had wit zijn pionnetje teruggewonnen en zijn stelling was ook weer helemaal gezond. Even leek het er nog op dat het nu wit was die de winstkansen had, maar helaas was het materiaal aan beide kanten al te fel uitgedund. Filip probeerde het nog even, maar op het einde werd het toch remise.
Geen enkele nederlaag dus vandaag, en ik moet bekennen dat het een goed gevoel gaf om nog eens te winnen. Dat was zoals eerder gezegd al veel te lang geleden. Enkele collectieve off-days en enkele zeer sterke tegenstanders hadden daarvoor gezorgd. Het ziet er nu weer wat beter uit voor ons, al is er nog werk aan de winkel. Het onderste lijntje van de standtabel staat nog altijd een beetje te dicht bij naar mijn zin…
Raf
TSM 2 - Oude God 2: 11-5
1 VERHAEGEN WIM 2054 1⁄2-1⁄2 VIAENE JAN 1844
2 DEWEERDT JAN 1972 1-0 KNYAZKOV OLEG 1768
3 VERCAMMEN ROBERT 1971 1-0 VAN HECKE JEROEN 1684
4 JANSSEN DRIES 1970 1-0 PEETERS BART 1431
Rokeren of niet?
Dries moet even gedacht hebben dat zijn tegenstander een variatie op het schaken beoefende die enkel die in de Mortselse jungle gekend is. Zijn tegenstander duwde a-, b-, d-, e-, g- en h-pionnen niet meer dan een veldje verder en prakte zoveel mogelijk stukken in de gaten die hierdoor op de tweede rij ontstaan waren. Enkel een bijzonder moedig paard waagde zich op c3 en zelfs e4, maar kon zich gelukkig bijtijds naar f2 terugtrekken. Dries ontwikkelde gewoon, pakte het centrum, en moet toen toch even niet meer geweten hebben wat te doen. Een korte prik op de koningsvleugel legde echter de witte stukken op de rug met de pootjes omhoog. Een viersterrenoverwinning voor Dries dus. Waarom geen vijf sterren? Omdat Dries niet gerokeerd had! Wat voor een voorbeeld voor de jeugd is dat nu? ('t is maar om te lachen he)
Jan kreeg een volledig ontwikkelde stelling met tegengestelde rokades op het bord. De pionnen vlogen naar voor, en hoewel ik tijdens de partij niet begreep wat Jan uitstak, stelde ik me die vraag tijdens de post mortem bij het spel van zijn tegenstander. Wit raakte nergens, en Jan walste er gewoon door. Moraal van het verhaal: lang rokeren is niet zonder risico's, zeker niet tegen Jan.
Ikzelf kreeg ook een vlijmscherpe variant op het bord waarin ik mijn tegenstander snel naar de keel trachtte te grijpen. Hij reageerde daar met een theoretisch inferieure zet op, die echter wel het voordeel had dat zijn koning uit het onmiddellijke gevaar kon wegrokeren. Dat had hem een stuk moeten kostte, maar ik kneep mijn billen toe en rokeerde zelf ook maar. Fout dus. Ik wist nog wel wat initiatief uit de stelling te kloppen middels eerst een pionoffer en later een kwaliteitsoffer, en op het moment dat dit effectief gevaarlijk werd redde zwart het vege lijf met een remisevoorstel en dus ploegcapitulatie. Een geluk voor hem. In deze partij werd dus kostbare tijd verloren met een stomme rokade.
Maar Bert krijgt de prijs voor de bizarste en ook langste partij. Achteraf leek het niet zo moeilijk: Bert stond een stuk voor tegen onvoldoende compensatie, en zat nog wat raar te manoeuvreren met zijn koning in het centrum, maar kom. Maar hoe kwam hij dat stuk voor? Zwart had toch 1 pionnetje naar voor gesmeten op de a-lijn, en uitgerekend die trachtte Bert met een blitzkrieg buit te maken. En die rare manoeuvres? Ah, Bert had de dames laten ruilen (en bijgevolg zijn rokade verloren) op d2 en de d-lijn afgegeven voor die pion/stuk. Maar waarom gaf zwart niet gewoon de pion? Omdat het stukoffer pijnlijk genoeg correct bleek! Met een enkele goede zet had zwart zijn stuk met intrest terug kunnen winnen. Een partij van gemiste kansen dus. En het was wat minder zenuwslopend geweest voor Bert als hij gewoon had gerokeerd.
Maar kom, de ploegwinst is binnen. Maar een advies over de ideale timing van de rokade moet ik schuldig blijven.
Wim
Anderlecht 1 - TSM 1 : 6-2
1 DE WIT MICHEL (2301) ½-½ DE CONINCK RAF (2284)
2 VAN MECHELEN JAN (2293) ½-½ DE WACHTER MATHIAS (2283)
3 FAYBISH NIMROD (2210) ½-½ VERDUYN PHILIPPE (2249)
4 TONOLI WALTER (2165) 1-0 VANPARYS PHILIP (2248)
5 ACKAERT THIERRY (2114) 1-0 VANLERBERGHE FILIP (2220)
6 VAN OVERDAM JULIAN (2092) ½-½ HELSEN STEFF (2184)
7 ATANASIU NICOLAE (2054) 1-0 MANGELSCHOTS PETER (2065)
8 VAN OVERDAM JAN (2014) 1-0 JANSSEN DRIES (1970)
< 2155 > 20 - 12 < 2188 >
We zijn dus zwaar op onze bek gegaan in Anderlecht en dat had niks te maken met gladde wegen (die lagen er quasi perfect bij, in weerwil van alle doemscenario's op Schaakfabriek over zich als lemmingen te pletter rijdende schakers), maar wel alles met ons gestuntel op de 64 velden.
De eerste die een uitschuiver van formaat maakte, was Filip. Zijn tegenstander haalde hem met de eenvoudige zetten Pg5 en Dh5 onderuit. Filip dacht dat het geen kwaad kon, maar overzag een simpel schaakje. Hij kon de schade nog beperken tot twee pionnen, maar in een eindspel met torens en ongelijke lopers schaatsten die pionnen vlot richting overkant.
Wat later haalden we een eerste halfje. Philippe en zijn tegenstander zaten in een middenspel met veel getouwtrek. Misschien stond Philippe een ietsje beter, maar geen van beiden wou over één nacht ijs gaan en dus nam hij het remisevoostel van zijn tegenstander maar aan.
Nog een remise viel er op het eerste bord en dat was knap van Raf. Wit deed in zijn favoriete c3-Siciliaan een raar zetje en misschien was Raf daardoor wat verrast. Hij beperkte zich tot het gelijktrekken van de stelling en kwam uiteindelijk misschien zelfs in een licht beter eindspel. Maar niet zo veel beter dat het winstpogingen rechtvaardigde.
Ikzelf kwam niet zo best uit de opening, kon de ergste dreigingen tegen mijn koning wel verhinderen, maar kwam daarna nog niet echt comfortabel te staan. Toen ik dacht dat wit wat te voortvarend te werk ging, gooide ik er zelf een pion tegenaan. Geen gelukkige keuze met weinig tijd op de klok, want voor wie zich op glad ijs begeeft is een stevige duw vaak fataal. Wit deelde die uit met Txg7 terwijl er nog amper één minuut op mijn klok stond. Maar waarschijnlijk was het zelfs met één uur nog uit geweest. Vier partijen gespeeld, 3-1 achter...
En het werd nog erger. Dries moest tegen een Nederlands talentje opboksen, kwam met enkele standaardzetten goed uit de opening, maar geraakte vervolgens niet door de zwarte afweergordel. Zwart keepte en begon stilaan op de andere vleugel initiatief te nemen. Wanneer de 40 zetten gehaald waren, bleek dat wit duidelijk minder stond. Hij kwam zelfs een pion achter en met een ingesloten slechte loper tegenover een dartel paard was het duidelijk dat hij zwarte sneeuw ging zien. Dries liet het zich niet bewijzen en gaf op. Stand: 4-1.
Steff moest tegen de iets oudere broer van dat talentje, zelf ook een talentje. Blijkbaar kwam Steff niet echt goed beslagen ten ijs want na drie zetten moest hij al achter zijn theorie gaan zoeken. Maar zijn stelling bleef altijd een miniem plusje behouden, zelfs toen een zéér remise-achtig eindspel met dame en ongelijke lopers op bord verscheen. Steff probeerde nog lang en hard (chapeau daarvoor) maar moest uiteindelijk in remise berusten.
Philips opening verliep rustig maar in het middenspel werd de situatie plots acuut door een kwaloffer. Philip kreeg twee damevleugelpionnen voor zijn kwal en leek die langzaam maar zeker naar voor te pushen. Maar in de tijdnood van zijn tegenstander verloor Philip plots zijn evenwicht: er ging één pion af en tot overmaat van ramp bleef het witte paard kreupel aan de rand van het bord gekluisterd. Het duurde lang voor zwart de winstweg vond, maar het volle punt kon hem niet meer ontsnappen.
En het leek lange tijd alsof ook de laatste partij een nul zou opleveren. Na een hyperscherp middenspel was Mat in een enkel toreneindspel gesukkeld met een minuspion. Bovendien stond de zwarte toren netjes achter zijn vrijpion. Maar terwijl zwart zorgeloos speelde probeerde Mat toch nog wat moeilijkheden in te bouwen en na enkele nodeloze tempoverliezen verdween het zwarte voordeel als sneeuw voor de zon. Een onverhoopte remise als slot.
Een positieve noot op het einde en iets om mee te nemen naar een volgende ronde, maar het blijft natuurlijk wel 6-2... Als we dergelijke collectieve glijpartijen (ja, ik weet het, de woordspelingen worden stilaan zo slecht als onze partijen) blijven maken, dan wordt het op den duur nog uitkijken. Dat mag een ploeg van onze sterkte niet overkomen.
TSM 2 - Borgerhout 4: 10-6
1 17779 VERHAEGEN WIM 2054 1⁄2-1⁄2 45918 CANKJA REDI 2011
2 13315 DEWEERDT JAN 1972 1-0 41271 CANKJA YLLI 1717
3 52469 VERCAMMEN ROBERT 1971 1⁄2-1⁄2 6734 DE COCK CONSTANT 1679
4 54712 JANSSEN DRIES 1970 1-0 50261 COHEN ROBERT 1668
Na de uitschuivers in het Waasland was het tijd voor een geconcentreerde aanpak. En dat wierp tegen een op papier zwakker Borgerhout vruchten af.
Dries deed wat we van hem gewoon zijn: scoren. En hij deed dat deze keer zo snel dat ik mede door het getreuzel op eigen bord niet veel van de partij opgevangen heb. Dries zelf maakte er ook niet veel woorden aan vuil. Ik maak me er dan maar vanaf met te zeggen dat het een walkover was.
Een walkover viel bij Bert ook te verwachten, en het begin zag er veelbelovend uit. Dan moet er iets zijn beginnen haperen (weerom: ik zat te slapen achter mijn eigen bord), of begon Bert spoken te zien, want het was plots remise. We stonden daardoor wat dichter bij de matchoverwinning, dus gaan we niet zeuren over gemiste kansen.
Dat laatste is iets wat ik op mijn eigen bord vergeefs zat te zoeken. Zwart speelde een door de theorie als inferieur bestempelde vierde zet waarna ik dacht het varkentje eens snel te wassen. De bewuste variant had ik al eens eerder bezworen met een damesortie maar ik herinnerde me dat dat niet veel zoden aan de dijk zette. Dan nu maar eens proberen met een breed pionnencentrum, dacht ik. Volgens het boekje had ik echter mijn stukken moeten ontwikkelen. Groot was mijn schaamte, want ik had dat al eerder opgezocht en was het allang vergeten. Soit, zwart kon daarom nog geen voordeel claimen en ik ontfutselde hem ook nog eens de rokade. Toen ik na een kunstmatige rochade met ...h6 en ...Ke8-f8-g8-h7 een remisevoorstel kreeg wist ik even niet waar ik het had. Tot mijn frustratie vond ik geen afstraffing van dit onorthodoxe spel (herinner u mijn niet ontwikkelde stukken) maar toch speelde ik gewoon door. Er kwam echter geen schot in de zaak, en het begrip winstpoging staat blijkbaar ook niet in zwarts woordenboek. Een ontgoochelende zetherhaling zette een punt achter een partij die ik snel zal vergeten.
Daarmee zat TSM 2 aan de helft van de punten, en was een remise door Jan voldoende voor de matchoverwinning. En iedereen was er wel gerust in dat dat halfje er zou komen, al wisten we nog niet wanneer. Jan had immers vanuit de opening traag maar zeker een positioneel voordeel opgebouwd, wat hij terwijl de rest al aan de toog hing omzette in een solide voordeel van centraal geposteerd paard tegen zeer slechte loper. Zijn tegenstander volhardde echter in opperste concentratie en trachtte met een remisevoorstel zijn hachje te redden. Er fronsten er een paar de wenkbrauwen toen Jan dat weigerde, maar je kon hem ook geen ongelijk geven: er was absoluut geen risico verbonden aan doorspelen. Jan hield de snode tegenstander aan het bord gekluisterd tot lang nadat uw verslaggever huiswaarts gekeerd was. Deze foltering had echter resultaat en Jan mocht het volle punt bijschrijven.
Let's keep rolling.

10 Sep
