De schrikkeljaren van TSM - Kampioen in de Zilveren Toren

De schrikkeljaren van TSM

"TSM Kampioen Zilveren Toren 2008"

 

Sinds TSM rond de eeuwwisseling was teruggekeerd in de hoogste afdeling van de Zilveren Toren, draaide het probleemloos mee in de subtop, met enkele derde en vierde plaatsen tot gevolg. Echt leven deed de Zilveren Toren niet binnen de club. Vrijdagavond- en zeker midweekwedstrijden, het was aan veel van de jonge spelers (nog studerend, pas aan het werk) niet besteed. De opstellingen wisselden dan ook nogal eens naargelang beschikbaarheid en TSM beperkte zich ertoe in eerste te blijven. Wat probleemloos lukte. In 2004 viel de puzzel dan ineens goed. Veel spelers die veel speeldagen bereid waren te spelen en een flitsende start tegen enkele zwakkere teams deden het besef rijpen dat het veroveren van die vijftien kilo zware trofee geen utopie was. Gelijke spelen tegen de toppers Deurne en Westerlo (toen al met Van Beers en Ooms) en een kleine winst op het erg sterke Borgerhout deden de rest. Nog twee monsterscores volgden vooraleer op de laatste speeldag de titel werd veiliggesteld met een draw in de derby tegen de Mechelse. Het bescheiden TSM had de grote ploegen een neus gezet. Na deze winst was er duidelijk een verzadiging merkbaar. Het hoogste was binnengehaald en de motivatie – vooral de motivatie om deel te nemen, om effectief te spelen – ebde weg. De vorige jaren had dat zelfs een aantal pijnlijke forfaits tot gevolg. Gelukkig kwam de ploeg nooit in degradatiegevaar. Dit jaar moesten we ons herpakken en gelukkig waren er voldoende spelers die zich bereid toonden om daaraan mee te werken. Het zestal dat bijna elke ronde zou spelen bestond uit Philip Vanparys (2208), Steff Helsen (2177), Raf De Coninck (2139), Peter Mangelschots (2081), Joep Van der Fraenen (2022) en Dries Janssen (1917). Bij uitzondering zouden we eens beroep kunnen doen op eerste bord Mathias De Wachter (2328) en verder op invallers Jan Deweerdt (1989) en Bram Verschoren (1807). Geen onaardige ploeg – verre van – maar meedoen voor de titel hadden we niet in gedachten. Er waren op papier zeker sterkere teams en onze eerste betrachting was om opnieuw een deftig seizoen te draaien, zonder forfaits en met enkele uitschieters als het zou kunnen.

De eerste ronde – gezamenlijk in het fort van Merksem – bracht ons tegenover Moretus Hoboken. We wonnen met 4-2 hoewel er op sommige borden zeker nog iets meer had ingezeten. Zonder discussie een deugddoende overwinning, al was het niet duidelijk hoe we ze moesten inschatten. Met Van Damme op het eerste bord was Hoboken niet zwak, maar ook niet op hun sterkst. In de volgende ronden zouden ze enkele keren sterker opdagen, maar soms ook zwakker. Zo gaat dat nu eenmaal in de Zilveren Toren, waar er gespeeld wordt op de clubavond van de thuisploeg. Zeker in het Antwerpse zijn er nogal wat clubs met joodse spelers die hun clubavond niet op vrijdag hebben en dan hangt het vaak af van de bereidwilligheid van spelers om op een weekdag het risico te lopen tot één uur ’s nachts achter een schaakbord te zitten. Wat de kalender betreft was TSM zelf trouwens allerminst in de watten gelegd. Door het niet inschrijven van Temse waren er in de hoogste afdeling maar negen in plaats van tien ploegen. Eén van de negen speeldagen had je dus een bye. Bovendien werden de openings- en slotronde gemeenschappelijk gespeeld. Negen rondes, dat betekent vier of vijf thuismatchen. We hadden niet alleen de pech dat we slechts vier thuismatchen hadden, één daarvan was de bye en een andere de slotronde in Westerlo. Met andere woorden: van de negen speeldagen werden er slechts twee in TSM afgewerkt. Bovendien voerden onze uitwedstrijden ons naar KASK (op maandag), Borgerhout 1 en Borgerhout 2 (beide op donderdag). Er werd heel wat binnensmonds gevloekt daar onder de katholieke Sint-Romboutstoren. Maar goed, de kop was eraf, met een waardevolle overwinning op zak.

De tweede ronde hadden we meteen al onze bye. Westerlo ging na twee zeges – met 5,5 en 4,5 – stevig aan de leiding. Eerlijk gezegd is dat een bewering a posteriori, want op dat ogenblik keek geen mens bij ons naar het klassement. Er werden enkele verrassende resultaten vastgesteld, dat wel (Borgerhout 1 dat met 2,5-3,5 tegen zijn “kleine broer” verloor, Deurne dat met dezelfde cijfers de duimen legde voor Brasschaat), maar daar bleef het ook bij.

De derde ronde stond er een vervelende uitmatch bij Borgerhout 2 op het programma. Vervelend, want op donderdag. Het jaar ervoor hadden we amper een halve ploeg bijeen gekregen voor die midweekmatch. Sommige profvoetballers klagen wanneer ze, behalve in het weekend, ook nog eens door de week een tweede match moeten spelen. Van amateurschakers kan men dat dus zeker begrijpen. Echter, zoals gezegd: we moesten ons dit jaar herpakken en raakten met slechts één invaller aan zes spelers. De tegenstand was zoals verwacht niet erg lastig en er werd maar een schamel half puntje prijsgegeven. Dat betekende op zijn minst een flinke bonus ten opzichte van Borgerhout 1. Dat Borgerhout 1 speelde gelijk tegen Deurne; Westerlo was bye. Het klassement schoof daardoor weer wat in mekaar en er werd voor het eerst al eens met een half oog naar gekeken.

Dat deden we zeker na de vierde ronde, die ons – opnieuw – naar Borgerhout leidde. Borgerhout 1 was op papier een vrij gelijkwaardige tegenstander, maar we wisten wél te winnen. Nipt, met 2,5-3,5. Dat een mogelijke titel toen nog steeds niet echt door het hoofd spookte, illustreert volgende anekdote. Uiteraard wou iedereen op de vooravond van een werkdag zo snel mogelijk naar huis en van zodra één auto gevuld was, vertrok die ook. Zo had ik nog maar net kunnen zien dat Rafs partij afgelopen was. Het was een erg wilde offerpartij waarin één en ander hing of gepend was, en ik dacht dat Raf verloren had zodat we in elk geval ook de wedstrijd zouden verliezen. Pas door de gesprekken tijdens de terugrit kwam ik te weten dat Raf gewonnen had! En ja, toen werd het tijd om onze kansen eens te gaan inschatten. Ook Westerlo en Deurne wonnen die speeldag zodat de titelstrijd een gevecht met drie leek te worden. Eén van die drie, Westerlo, kregen we de ronde erna op onze boterham.

Het zou (in ronde vijf dus al!) onze eerste van twee échte thuismatchen worden. Voor het eerst (en voor het laatst, al was de slotronde wel een speciaal geval) konden we over Mathias beschikken, een gelegenheid waarvan we natuurlijk dankbaar gebruik maakten. Een gemakkelijk duel werd het niet. Op een bepaald ogenblik was de stand 2-2 met nog twee spannende en ingewikkelde partijen aan de gang. Andy Ooms en Sylvin De Vet van Westerlo zagen een draw haalbaar, maar ik had er (tot groot ongeloof van Andy en Sylvin) het volste vertrouwen in dat Raf en Philip het volle punt zouden binnenhalen. Philip was namelijk al even in grootse doen en Raf voelt zich in het type stelling dat op het bord stond als een vis in het water. Zo geschiedde: de 4-2 betekende niet alleen twee punten bonus op Westerlo, maar misschien meer nog een mentale tik. Onze ploeg stond er en was vanaf dat moment niet zinnens te wijken.

Op de zesde speeldag stond er wéér een midweekmatch geprogrammeerd, dit keer op maandag naar de KASK. Het dreigde even een frustrerend avondje te worden (parkeerproblemen, te laat binnen, ons laatste bord dat een forfait tegen kreeg en twee vergooide halve punten tegen een toch heel wat zwakkere tegenstander die uiteindelijk zou degraderen), maar wanneer we alles op een rijtje zetten, moesten we toegeven dat 1-5 natuurlijk heel aardig was, zeker omdat Westerlo drie dagen later ging verliezen bij Borgerhout 1 en Deurne bye was. Daardoor kwamen we los op kop van het klassement.

De voorsprong werd zelfs nog uitgebreid op de zevende speeldag. Onze 4,5-1,5 tegen een verzwakt Brasschaat was verre van denderend, maar Westerlo en Deurne lieten maar liefst twee punten liggen tegen de kneusjes van de reeks, KASK en Borgerhout 2, al was het zo dat bij Borgerhout 2 Stefan Docx nog eens meespeelde.

Met een voorsprong van 3 punten op Westerlo en 3,5 op Deurne trokken we naar de periferie van het Sportpaleis voor de topper van de achtste speeldag. Doordat TSM en Deurne elkaar kort tevoren (tijdens een bewogen ontmoeting) getroffen hadden in interclubverband, waarbij vooral de tweede teams van beide clubs een harde degradatiestrijd uitvochten, kreeg dit duel een extra geladenheid. Beide ploegen traden min of meer met hun vaste opstellingen aan en waren op papier aan elkaar gewaagd. Deurne toonde zich die avond de sterkere en met een verdiende 3,5-2,5 smeerde het ons het enige verlies van dit jaar in de Zilveren Toren aan. Ook wij waren niet echt ongelukkig met dit resultaat omdat de kloof ruim bleef: 2,5 punten. Dat lag wel anders voor Westerlo, dat Brasschaat zonder pardon opzij had gezet en terugkwam tot op één punt. Zij moesten de laatste ronde nog wel tegen Deurne, maar het was zonneklaar dat Westerlo, in eigen huis nota bene en voor de ogen van de verzamelde Antwerpse Liga, er alles zou aan doen om alsnog de titel te pakken. Deurne zelf was ook niet helemaal kansloos zodat die gezamenlijke slotronde zeker spektakel zou opleveren.

Veel ploegen beschouwden dit als een galamoment en kwamen met “schoon volk” naar de Parel der Kempen afgezakt. Dat leverde onder meer volgende partijen op: Eddy Van Beers (2406) – Jan Rooze (2343), Stefan Docx (2368) – Gorik Cools (2352), Robin Leenaerts (2256) – Yuli Lavrenov (2152) en Marcel Van Herck (2286) – Andy Ooms (2202). Het topbord van het duel TSM – Oude God (Philip Vanparys tegen Nils Nijs) leverde zelfs nog het minste elogeweld op van alle eerste borden (2208 vs 2150). Jawel, Philip speelde op het eerste bord en niet Mathias, die nog eens beschikbaar was. Voor deze slotronde hadden we plots spelers op overschot. Tien minuten voor aanvang werd er zelfs even strootje-trek gedaan, maar uiteindelijk viel de beslissing om Mat – die nog maar één ronde had gespeeld – aan de kant te laten, om zeker geen kwaad bloed te zetten bij andere clubs en om de vaste spelers de kans te geven in schoonheid te eindigen. In feite offerde Mat zichzelf op (met du(i)vels genoegen) om de rest aan te moedigen. Zeker tien keer begaf de verlichting van het Westelse Parochiecentrum het, maar onze spelers wisten blijkbaar ook in het duister hun weg te vinden en in plaats van met een bang hart de uitslag van Westerlo-Deurne te moeten afwachten, werd Oude God met 5,5-0,5 teruggewezen. Dat onze grootste concurrenten uiteindelijk 3-3 speelden, had alleen nog belang voor de statistici (die daarbij misschien ook mijn eigen “kleine reeks” optekenden: 24 opeenvolgende ZT-partijen zonder nederlaag – sinds ronde 8 van 2005 – met een score van 19 tegen een gemiddeld elo van 1913).

TSM beëindigde het seizoen in eerste afdeling met 34,5. Westerlo werd tweede met 31 en Deurne derde met 29,5. Onze overwinning lijkt vooral tot stand gekomen door de constante in de prestaties, wat op zich weer gedeeltelijk een gevolg is van een constante in de ploegsopstelling. Hopelijk is die er volgend jaar nog, anders zou het tot 2012 kunnen duren (het volgende schrikkeljaar) voordat de imposante zilveren toren het clublokaal van TSM mag sieren. Ten slotte nog een pluim voor onze tweede ploeg, die na de promotie uit derde afdeling vorig jaar, nu een erg mooie derde plaats in tweede afdeling liet optekenen. Na het realiseren van het hoofddoel dit seizoen – het behoud van TSM 1 en TSM 2 in respectievelijk tweede en derde nationale van de IC – kwam er met de ZT een geheel onverwachte prijs bij. Hij zal daar schoon staan blinken volgend seizoen, zeker weten.