IC Ronde 4: TSM1

Afdeling: 2 Serie: A

TSM 1 – KOSK 1 : 5-3

1 MATHIAS DE WACHTER (2355) - TIMMERMAN GERT JAN (2292) 1-0
2 PHILIP VANPARYS (2220) - BOUHALLEL RABAH (2291) 0-1
3 RAF DE CONINCK (2184) - DEMARCKE DIRK (2224) 1-0
4 JOEP VAN DER FRAENEN (2074) - DE BAENST BRUNO (2203) 0-1
5 PETER MANGELSCHOTS (2073) - PEEREN YEN (2191) 1-0
6 DRIES JANSEN (1982) - BEUSELINCK STEVEN (2179) 1-0
7 JAN DEWEERDT (1973) - DECROP RUBEN (2148) 0-1
8 BERT VERCAMMEN (1944) - TOM WUYTS (1673) 1-0
<2100> 18-14 <2150>

Tegenover vorige ronde recupereerden we enkele spelers (Mat, Philip, Joep), maar aangezien de tegenstander een op papier behoorlijk wat sterker Oostende was, durfden er maar weinigen op een overwinning te hopen. Slechts één iemand eigenlijk, maar dat is volgens sommigen dan ook een onverbeterlijke optimist.

Het begon nochtans allemaal prima voor TSM1. Demarcke bezigde een minder gebruikelijke opening, maar in onze club doet de rasoptimist dat ook en daarom heeft Raf daar zijn eigen pet-variantje tegen. Zwart kwam snel in een eindspel waarin hij met een erg vervelende geïsoleerde pion bleef zitten. Raf drukte daarop, zwart greep mis en verloor in één klap twee pionnen. Binnen de twee uur was het allemaal al beklonken. Na een mindere periode lijkt Raf weer helemaal terug te zijn.

Nadien ging het allemaal wat trager, maar op enkele borden stonden we duidelijk beter (Jan een geweldige aanval, Joep een pion gewonnen) en nergens ging het echt de verkeerde kant op. Dat leidde tot een begrijpelijke reactie bij Mat, niet zo’n optimist: ‘Help, we staan veel te goed, dat gaat hier misgaan.’

Waar het inderdaad misging, was bij Philip. Die heeft dit seizoen nog niet zo heel veel gespeeld en dat betaalde hij cash in een moeilijke manoeuvreerstelling waar de dames al snel van het bord gingen. Wit had de halfopen a-lijn en enkele andere minieme voordeeltjes en wist die op den duur in winst om te zetten.

Maar tegen de eerste tijdscontrole tekenden we flink aan op het scorebord. Dries moest tegen een op papier veel sterkere tegenstander, maar hield de stand lange tijd gelijk. Wit pokerde een beetje door zijn koning in het midden te houden en op aanval te spelen. Dat ging op een bepaald moment grondig mis. Het was Dries die doorbrak en de witte koning op de korrel nam. Wit moest zijn dame geven en omdat zijn resterende stukken alle coördinatie misten, volgde de opgave snel.

Bert had er al een zware voormiddag op zitten, met een doorgedreven fietstraining inclusief Freddy Maertens-bidons. Hij kwam dus redelijk … vermoeid aan het bord. Maar zijn tegenstander behandelde de opening zo amateuristisch dat Bert makkelijk een goede stelling kreeg. Wit probeerde een aanval in elkaar te knutselen maar Bert hield alles goed onder controle. Uiteindelijk werd er afgewikkeld naar een eindspel waarin Berts pion de snellere benen had. Met deze spurtzege raceten we naar 3-1.

Drama in Jans partij. Hij had Decrop in de opening totaal zoek gespeeld, maar overhaaste zich een beetje in het middenspel. In plaats van zijn aanval op de koning rustig te versterken liet hij enkele ruiloperaties toe. Maar midden in die ruil won Jan opeens een stuk. Zwart kreeg daar twee pionnen voor en een vlotter stukkenspel. Gaandeweg nam zwart het spel zelfs over en met een derde pionnetje extra was het eindspel uiteindelijk nog gunstig voor hem. Jan probeerde hard om de pionnen te stuiten, maar dat lukte helaas niet. Een spijtige en onnodige nederlaag en 3-2.

Uit de drie resterende partijen die het zesde uur in gingen, moesten we dus nog anderhalf punt scoren om de stuntzege, die nu toch wel in de maak was, ook effectief binnen te halen. En dat moest lukken, want Mat stond in een toreneindspel een pionnetje voor en ik zelfs twee. Bij mij was dat vooral een resultaat van niks doen in de opening… Zwart investeerde tijd om initiatief te zoeken, maar dat lukte amper. Hij verzwakte zijn koningsvleugel en toen mijn dame in beginnende tijdnood (ruim twintig zetten voor twintig minuten) opeens op h5 verscheen begon hij te panikeren. Ik won een pionnetje, verscheen na dameruil met een toren op de zevende rij en net voor de veertigste zet pikte ik een tweede pionnetje in. Omdat de stand in de match het vereiste speelde zwart nog lang door, maar vruchteloos.

Mat had het middenspel niet zo nauwkeurig behandeld en kwam minder te staan. Maar zoals het vaak voorvaalt in zijn onderlinge partijtjes met ex-wereldkampioen correspondentieschaak Timmerman, is het niet degene die de eerste klap uitdeelt die wint. Mat bereikte een toreneindspel met een pion meer dat overging in een pionneneindspel dat remise had kunnen zijn. Maar in tijdnood greep zwart mis en dus mocht Mat vieren. En wij ook: 5-2, de match was binnen.

Joeps resultaat deed er dus niet meer toe, maar het was toch jammer wat daar gebeurde. Joep had zoals gezegd in de opening een pion gewonnen en de dames kunnen ruilen. Enig nadeel was dat zijn stukken moeilijk ontwikkeld geraakten. Wit drukte en drukte en won het pionnetje uiteindelijk terug. Een tweede zelfs, al had dat weinig waarde: a-pion en dubbele c-pion tegen a- en b-pion en elk nog loper, paard en toren. Dat eindspel werd lang en hard uitgevochten en toen beiden in hun laatste paar minuten waren, greep Joep in het ontstane toreneindspel één zet mis. Wit kon een pion slaan en de partij winnend uitblitzen. Joep begrijpelijk zwaar ontgoocheld.

Voor de ploeg maakte het gelukkig niet meer uit: de onverhoopte zege was binnen en TSM1 staat met 6 op 8 mooi in de kop van het klassement. Ook opvallend: elke partij ging tot ter dood, geen genade, geen remise. Mooi zo, meer van dat. Al kunnen we volgende keer best een Brugse Metten vermijden...