IC Ronde 3: TSM 1

3B: Aalter 2 - TSM 1: 7-17

1 25178 LARMUSEAU MICHIEL 2087 ½-½ 19224 DE CONINCK RAFAEL 2266
2 41386 VERHAEGHE PHILIP 2015 0-1 30651 VANPARYS PHILIP 2227
3 10139 VANDELACLUZE IAN 1961 0-1 22641 VANLERBERGHE FILIP 2218
4 34835 GOETHALS KRISTOF 1955 0-1 34525 MANGELSCHOTS PETER 2025
5 37567 VAN DEN BERGHE WANNES 1673 0-1 17779 VERHAEGEN WIM 2023
6 21598 DESCHEPPER ANNELORE 1596 0-1 52469 VERCAMMEN ROBERT 1924

Filip kwam met zwart al meteen met voordeel uit de opening. Met een volgend sommigen doorzichtig truukje (Pc6xd4, met een gedekte dame op d7 en een ongedekte witte dame op a4) won hij een pionnetje. Wit speelde nog een hele tijd doelloos verder, totdat hij met een doos stukken achter mat liep. Een rechtlijnige zege.

Zo rechtlijnig was het bij Wim ook aan het gaan: compleet gelijk uit de opening, beter gemaneouvreerd in het middenspel, en alweer(!) met de toren op de d-lijn een schijnkwaliteitsoffer kunnen spelen waarna zwart de kleine kwaliteit voorkwam. Hierna was het echter Wim die het noorden kwijt raakte, en op een speculatieve aanval met de g-pion overschakelde. Misschien was het nog correct ook, maar Zwart miste de beste voortzetting en leek nog het geluk te hebben door er met een dameoffer en eeuwig schaak vanaf te raken. Nu was het Wits beurt om in de fout te gaan, en in plaats van eeuwig schaak kon het zwarte paard op d1 een toren en op e7 de dame oppikken. Met netto een toren minder hield hij het maar voor bekeken. Ook 0-1 dus, maar veruit de wisselvalligste partij.

Raf had makkelijk de snelste partij kunnen spelen, want na een kwartiertje zat hij al diep in het middenspel. Hij leek wel een ietsje beter te staan, maar het bleef gelijk opgaan en zijn tegenstander stelde remise voor. Raf weigerde dit resoluut en bleef voortploeteren, maar kon geen vooruitgang maken. Uiteindelijk is het nog op eeuwig schaak uitgedraaid.

Op naar de witspelers nu. Philip speelde zoals reeds in de auto aangekondigd zijn favoriete zwarte opening in de voorhand. Die extra zet liet hem toe om twee varianten te mixen, wat nooit slecht kan zijn ... zolang er geen pion blijft hangen natuurlijk. Geen erg eigenlijk, want Philip kon meteen de zwarte loper buitensluiten en al zijn munitie op de zwakke c-pion richten. De pion werd teruggewonnen, en Philip ging met veel vertoon door. Met twee torens op de zevende rij ging hij de tijdnoodfase in. Zwart begon letterlijk met zijn stukken te smijten, zette een paard op het bord dat eigenlijk een loper was, en liep zonder er erg in te hebben gewoon mat.

Van Peter had iedereen verwacht dat hij op tijd ging winnen. Na een zet of zeven en in een stelling die Peter van binnen en van buiten kende begon Zwart massa's tijd te gebruiken op zoek naar een plan. Hij vond er geen maar verspilde wel een uur. Soit, Peter hield het eindspel onder controle en won een belangrijk pionnetje op a6. Ik geloof dat Zwart het zonder boe of bah opgaf.

Bert overklaste zijn tegenstandster het meest van allemaal. Vanuit de opening begon hij de druk al op te voeren. Eens het centrum volledig in zijn handen was kon hij al naar de koningsvleugel loeren maar gek genoeg viel daar helemaal niets uit de lucht. Het eindspel was ook voordelig genoeg: de zwarte stukken stonden verkeerd, een toren drong de zevende rij binnen en de damevleugel werd opgekuist: 1-0.

De collega's hadden meer moeite in Brasschaat, wat vooral een gevolg was van het grote aantal afwezigen. Hou de moed erin, volgende keer herpakken we ons.