IC Ronde 7: TSM 2

TSM 2 - Oude God 2: 11-5
1 VERHAEGEN WIM 2054 1⁄2-1⁄2 VIAENE JAN 1844
2 DEWEERDT JAN 1972 1-0 KNYAZKOV OLEG 1768
3 VERCAMMEN ROBERT 1971 1-0 VAN HECKE JEROEN 1684
4 JANSSEN DRIES 1970 1-0 PEETERS BART 1431

[b]Rokeren of niet?[/b]

Dries moet even gedacht hebben dat zijn tegenstander een variatie op het schaken beoefende die enkel die in de Mortselse jungle gekend is. Zijn tegenstander duwde a-, b-, d-, e-, g- en h-pionnen niet meer dan een veldje verder en prakte zoveel mogelijk stukken in de gaten die hierdoor op de tweede rij ontstaan waren. Enkel een bijzonder moedig paard waagde zich op c3 en zelfs e4, maar kon zich gelukkig bijtijds naar f2 terugtrekken. Dries ontwikkelde gewoon, pakte het centrum, en moet toen toch even niet meer geweten hebben wat te doen. Een korte prik op de koningsvleugel legde echter de witte stukken op de rug met de pootjes omhoog. Een viersterrenoverwinning voor Dries dus. Waarom geen vijf sterren? Omdat Dries niet gerokeerd had! Wat voor een voorbeeld voor de jeugd is dat nu? ('t is maar om te lachen he)

Jan kreeg een volledig ontwikkelde stelling met tegengestelde rokades op het bord. De pionnen vlogen naar voor, en hoewel ik tijdens de partij niet begreep wat Jan uitstak, stelde ik me die vraag tijdens de post mortem bij het spel van zijn tegenstander. Wit raakte nergens, en Jan walste er gewoon door. Moraal van het verhaal: lang rokeren is niet zonder risico's, zeker niet tegen Jan.

Ikzelf kreeg ook een vlijmscherpe variant op het bord waarin ik mijn tegenstander snel naar de keel trachtte te grijpen. Hij reageerde daar met een theoretisch inferieure zet op, die echter wel het voordeel had dat zijn koning uit het onmiddellijke gevaar kon wegrokeren. Dat had hem een stuk moeten kostte, maar ik kneep mijn billen toe en rokeerde zelf ook maar. Fout dus. Ik wist nog wel wat initiatief uit de stelling te kloppen middels eerst een pionoffer en later een kwaliteitsoffer, en op het moment dat dit effectief gevaarlijk werd redde zwart het vege lijf met een remisevoorstel en dus ploegcapitulatie. Een geluk voor hem. In deze partij werd dus kostbare tijd verloren met een stomme rokade.

Maar Bert krijgt de prijs voor de bizarste en ook langste partij. Achteraf leek het niet zo moeilijk: Bert stond een stuk voor tegen onvoldoende compensatie, en zat nog wat raar te manoeuvreren met zijn koning in het centrum, maar kom. Maar hoe kwam hij dat stuk voor? Zwart had toch 1 pionnetje naar voor gesmeten op de a-lijn, en uitgerekend die trachtte Bert met een blitzkrieg buit te maken. En die rare manoeuvres? Ah, Bert had de dames laten ruilen (en bijgevolg zijn rokade verloren) op d2 en de d-lijn afgegeven voor die pion/stuk. Maar waarom gaf zwart niet gewoon de pion? Omdat het stukoffer pijnlijk genoeg correct bleek! Met een enkele goede zet had zwart zijn stuk met intrest terug kunnen winnen. Een partij van gemiste kansen dus. En het was wat minder zenuwslopend geweest voor Bert als hij gewoon had gerokeerd.

Maar kom, de ploegwinst is binnen. Maar een advies over de ideale timing van de rokade moet ik schuldig blijven.

Wim