IC Ronde 5: TSM1

NLS1 - TSM1 : 4-4

1. Jelle Sarrau (2247) – Mathias De Wachter (2376) ½-½
2. Robin Leenaerts (2225) – Roland Bircher (2288) 1-0 (f)
3. Thijs Laarhoven (2219) – Steff Helsen (2218) ½-½
4. Benjamin Bok (2212) – Filip Vanlerberghe (2217) 0-1
5. Roy Schoemans (2206) – Philip Vanparys (2215) ½-½
6. Ruud Janssen (2205) – Raf De Coninck (2214) ½-½
7. Jan Lagrain (2077) – Peter Mangelschots (2074) ½-½
8. Albert Schenning (2034) – Joep Van der Fraenen (2059) ½-½
<16-15>

De laatste dagen zijn er webpagina’s vol gezeverd over de wenselijkheid om in december, met de schoolexamens, een interclubronde te spelen. Wij hebben nooit geklaagd en dat doen we ook nu niet, hoewel er flink de schaar werd gezet in onze wedstrijdselectie.
Niet alleen de examens hielden flink huis in onze rangen, de griepjes en verkoudheden maakten evenzeer slachtoffers. Op het laatste moment moest voor TSM1 Wim nog forfait geven, zodat we onze ambulances richting Lommel maar met zeven man konden vullen. De kwestie was alleen nog aan welk bord de TSM-monitor een lange vlakke lijn zou vertonen. De keuze viel niet onlogisch op het hoogste zwartbord, bord twee dus.

De epidemieschok zinderde blijkbaar stevig na en daarom schreef de dokter alvast op borden vijf tot zeven platte rust voor.
Philip week naar eigen zeggen af van wat hij meende dat de theorie zou zijn. Schoemans mocht een pionnetje amputeren, maar beleefde daar weinig plezier aan. Na een spoedige dameruil achtte hij de witte kansen onvoldoende om op winst te spelen en bood dan maar remise aan. Philip zag dat alleen wit iets kon proberen en nam gezwind aan.

Raf, de laatste weken onze eigen ‘doctor chess’, maakte zich op om een zoveelste tegenstander vakkundig te naaien, maar het slachtoffer van vandaag spartelde nogal hevig tegen. Er verdween zoveel materiaal van de operatietafel dat ze er maar mee ophielden.

In mijn eigen partij stond nog bijna alles op het bord, maar terwijl mijn stukken aanvankelijk wat raar geposteerd oogden, wist ik die gaandeweg om te spelen. Na afruil van mijn slechte tegen wits goede loper, was de tijd rijp voor een remisevoorstel. Na enig nadenken accepteerde Jan. In de post-mortem van de partij (waar overigens nooit echt veel leven in zat), bleek dat wit met zijn ruimtevoordeel inderdaad weinig kan aanvangen en dat zwart voldoende tegenspel heeft.

Daarna was het uit met de rust. Op de andere borden heerste evenveel bedrijvigheid als op een afdeling spoedgevallen. Filip mocht een pionnetje incasseren, zijn tegenstander hoopte daarmee zijn stikkende fianchettoloper extra lucht te verlenen. Maar Filip laat zich niet zomaar overspelen. De zwarte compensatie krimpte zienderogen, Filip zette zijn stukken goed en pikte zelfs nog een pionnetje mee. De witte koning liep door een ver opgerukte zwarte h-pion wel wat schaafwonden op, maar het was door Filips nauwkeurig snijwerk dat de zwarte koning al snel aan het infuus moest. Bok ondernam in zware tijdnood nog een wanhoopspoging, maar de patiënt viel niet meer te redden.

Steff was ondertussen langzaam maar zeker beginnen bloeden. In die mate dat hij – naar eigen zeggen – op schwindelmodus moest overschakelen. Fritz zou daar waarschijnlijk wel weg mee weten, maar Laarhoven tastte mis. Er werd een en ander afgeruild en wit zette alles op een eindspel met ongelijke lopers, maar met een gedekte vrijpion op c6. Steff had het echter goed ingeschat dat hij op die manier alle bloedingen zou kunnen stelpen. Een stevig drukverband op de zwarte velden en alle witte winstpogingen bleken futiel.

De remises van Mat en Joep waren zware bevallingen. Mat liep in de opening tegen een nieuwtje aan en leek daar niet direct de juiste remedie tegen te vinden. Uiteindelijk viel het allemaal wel mee, maar net toen de patiënt wat stabiel was, ging die opnieuw in shock. Sarrau offerde in het vroege eindspel een stuk voor drie pionnen. Mat zag zich genoodzaakt om een aantal zetten later hetzelfde te doen en er ontstond een eindspel van loper tegen paard en elk vier pionnen, met een geïsoleerde dubbelpion voor wit. Na urenlang manoeuvreren won Mat zelfs een pion, maar het resterende pionneneindspel was toch nog remise.

Bleef Joep over. Door de forfait hadden we nog een zege nodig om matchpunten te oogsten en Joep leek dat varken wel even te gaan wassen. Hij kwam met voordeel uit de opening en greep in een middenspel met alleen zware stukken zijn tegenstander naar de keel. Morfine en beademingstoestellen werden al aangesleept. Helaas verzuimde Joep om het scalpel helemaal in de wonde te draaien en diende hij in plaats daarvan een paar elektroshocks toe. Die hebben evenwel de reputatie om de patiënt weer bij kennis te brengen en zo gebeurde. Zwarts dame drong als een catheter het hart van de witte stelling binnen en wist daar een onverhoopt (zeg maar onverdiend) eeuwig schaak af te dwingen.

Een verdienstelijk gelijkspel – dat ook weer geen gelijkspel is – tegen het vooraf gevreesde jonge geweld van NLS, is méér dan een doekje voor het bloeden. Na een ongelukkig seizoensbegin is er weer hartslag merkbaar en gaat de bloeddruk de goede kant op. Kortom, we zijn weer springlevend, en als er de komende rondes geen virussen of infecties opduiken, moeten we die trend kunnen verderzetten.