IC ronde 3: TSM1

Deze zondag ontvingen we thuis het eerste team van Hoboken. Zelf waren we onvolledig opgekomen (we misten Filip en Piet) en Hoboken heeft zich dit jaar nog weten te versterken met Wim Maes en Jeroen Claesen. Het stond dus reeds lang op voorhand vast dat we een evenaring van het resultaat van vorig seizoen (1,5-6,5) wel uit ons hoofd mochten zetten. Er werd in TSM-rangen zelfs schertsend gesuggereerd dat het al een succes zou zijn als we dezelfde uitslag op het scorebord zouden krijgen (maar deze keer met TSM als thuisploeg).

Ik weet niet meer in welke volgorde de partijen afgelopen waren, maar ik zal toch een poging ondernemen om een chronologisch verloop te schetsen.

De eerste die klaar was, was alleszins Philip. Na een ietwat steriele opening was er een statisch middenspel ontstaan dat geen van beide spelers echt realistische kansen bood. Een snelle en logische remise: 0,5-0,5.

Niet veel daarna gaf Wim op tegen Jeroen Claesen. De opening was mislukt voor hem (of die indruk had ik althans) en in een poging om met tactische middelen zijn positionele problemen op te lossen, raakte hij ergens het spoor (en een stuk!) kwijt. 0,5-1,5.

Bert scoorde ons tweede halve punt. In een dichtgeschoven stelling zetten beide spelers hun stukken eerst op hun beste veldjes, om daarna, op het ogenblik dat het erop aankwam de stelling te openen, eieren voor hun geld te kiezen: 1-2.

De volgende kop die rolde was de mijne. Ik stond wel al een hele tijd verloren. Mijn theorieboekje was ongeveer even oud als het laatste bord van Hoboken 2, en daarin staat niks over het variantje dat Wim Maes tegen me speelde. Ik reageerde à l’improviste, maar Wim bracht een sterk positioneel kwaliteitsoffer, waarna ik al direct heel slecht stond. Daarna heb ik nog een paar dingen niet gezien, maar gelukkig voor mij was het kalf toen al verdronken.

Intussen stond het dus 1-3, en op de overige borden waren de stellingen overal onduidelijk of in evenwicht.

Jean echter had bijna al zijn bedenktijd opgebruikt om die stelling te bereiken en hij slaagde er helaas niet in om zijn tijdnood zonder kleerscheuren door te komen: 1-4.

Mathias had met wit een trek- en duwpartij gespeeld tegen Gorik Cools, met waarschijnlijk een miniem voordeeltje voor wit, maar met een zwarte stelling die toch niet onderschat moest worden. In hevige, wederzijdse tijdnood en in een “verraderlijk eenvoudig” eindspel, stelde zwart ineens remise voor. Na een beetje nadenken, nam Mathias het voorstel aan: 1,5-4,5.

Chris had in een gelijkopgaande partij nooit ernstige problemen gekend, en belandde uiteindelijk in een eindspel dat hem lichte kansen op voordeel bood. Het pleit voor hem dat hij getracht heeft deze stelling te winnen, maar hij ging daarin te ver. Voor hij er erg in had, was zijn stelling verloren: 1,5-5,5.

En dan Steff. Steff moest met zwart heel de partij lang een iets passievere stelling houden tegen de veel hoger geklasseerde Dardha. Doorheen het middenspel leek hij nooit echt in gevaar te zijn, maar anderzijds leek hij ook nooit echt gelijk spel te hebben. Uiteindelijk kwam er een dubbel toreneindspel op het bord met een witte pluspion, maar aangezien het om een dubbele isolani ging, was er nog niet al te veel reden voor paniek. Steff speelde deze fase nauwkeurig en wikkelde af naar een theoretisch remise toreneindspel. Dat eindspel speelde (lees: melkte uit) wit nog onbetamelijk lang door. Dacht hij nu echt te kunnen aantonen dat de verzamelde grootmeesters van de wereld zich al sinds 1777 in die stelling vergissen?
Enfin, licht geïrriteerd en zonder ooit nog in verliesgevaar te komen, hield zwart het hoofd boven water. Grappig was nog het einde van de partij: Dardha: “Goed, ik stel remise voor.” – Steff: “Ik wil eerst nog je zet zien!”. En terecht, Steff!

Zo werd het dus 2-6. Rekening houdend met bovenvermelde prognose had het dus erger gekund, al is zo’n resultaat natuurlijk nooit reden tot euforie. Vooral op de laatste twee borden hadden we 0,5 of 1 puntje meer mogen halen…

Raf