IC ronde2: TSM2

Er zijn momenten waarop je denkt dat je nu wel àlles al gezien hebt, en dan moet je op verplaatsing naar Temse... Boey Temse kon even geen gebruik maken van hun benepen clublokaal en was dan voor de gelegenheid verhuisd naar een nog kleiner geval: een kruipkot achter een café dat het legendarische zaaltje achter café Real in Putte in verhouding wel een balzaal deed lijken. Spelers die met tassen koffie hoog in de lucht gestoken tussen kriskras neegepote tafeltjes doorlaveren, daarbij achter stoelpoten haken, tegen schouders stoten en koffie morsen op notatieformulieren, het was er allemaal bij. Om nog maar te zwijgen van de muziek, begeleid door kindergehuil, die uit het zaaltje ernaast kwam, slechts afgescheiden door het type schuifdeur waarachter in café Real de toiletpot verstopt zat. Soit, de andere deuren, die naar het café zelf, waren zo mogelijk nog erger: automatisch dichtvallende klapdeuren die na de oorlog (die van '14-'18 dus) niet meer gesmeerd waren en de spelers continu vergastten op een gezellig kriep-kriep-kriep. In die omstandigheden een IC-ronde moeten afwerken is verre van plezant, en zeggen dat er zelfs een match uit eerste afdeling plaatsvond. Du jamais vu!

Ja, er werd nog geschaakt ook... Temse3 is de plaatselijke jeugdploeg, maar gisteren waren ze een beetje onthoofd, of moeten we zeggen "ontstaart", want het waren hun laatste twee borden die ontbraken. Hun heel wat oudere vervangers deden het niet al te best. Dries en Bram haalden gemakkelijk, maar met de nodige mooie combinaties, de punten binnen.

Ondertussen had ik mijzelf al voor de kop kunnen slaan. Gijsen speelde met wit een plat variantje en na tien zetten stond ik compleet gelijk... om twee zetten later niet te zien dat de witte dame twee pionnen tegelijk kon aanvallen. En natuurlijk is er op dat moment geen compensatie te bespeuren. Maar opgeven zo snel is ook te gek en als ploegkapitein (of toch als eerste bord) heb je ook je verantwoordelijkheden. We zetten ons er dus maar eens goed voor.

Helmut was met zwart tegen Vanstraelen (normaal de enige oudgediende uit de ploeg) erg goed uit de opening gekomen. Een gambiet dat interest opleverde: Helmut won in het eindspel één en nadien twee pionnen. Dat zou wel goed komen.

Met Jan en Joep liep het aanvankelijk wat anders. Jan kwam niet goed uit de opening tegen Sigiswald Barbier. Joep had wel een veelbelovende stelling tegen Thomas Barbier, maar in die partij kon nog veel. En er gebeurde ook nog veel... Joep kwam na wat taktische schermutselingen materiaal voor. Zwart had slechts wat vage dreigingen. Ondertussen had Jan zich eindelijk naar een min of meer gelijke stelling geknokt en leek zelf een paar kleine dreigingen te hebben.

Ik zag dus al met wat meeval een 0-5 tussenstand blinken, waarop ik dan zelf enigzins sarcastisch (dat wordt een mens als je tegenstander het vertikt om eens terug te trakteren) had kunnen reageren met "nu we toch 0-5 voorstaan kan ik gerust opgeven". Helaas liep het anders.

Joep greep mis en liet een truuk toe die meteen de partij kostte. En Jan, die in hevige tijdnood was gekomen, gaf pardoes een kwal weg. Slik... 2-2. Helmut was ondertussen gezapig verder zijn partij met twee pionnen meer aan het afbreien.

Het zou dus nog van mij afhangen of we de match zouden winnen of niet. Helaas bleek het pionverlies in een volledig gelijke stelling - vijftig zetten hard verdedigen ten spijt - fataal. Enkele minuten later had Helmut wel zijn punt vast zodat we eindigden op een wat ontgoochelende 3-3.