Interclub ronde 9 - TSM1

166 TSM 1 243 LV Leuven 1
1 30651 VANPARYS PHILIP 2202 0-1 5797 CRABBE DANNY 1839
2 22641 VANLERBERGHE FILIP 2212 1-0 24465 BUCHTA BORIS SAMUEL 1946
3 19224 DE CONINCK RAFAEL 2152 1-0 15695 VERRIJDT WILLEM 1735
4 17779 VERHAEGEN WIM 2106 1-0 25313 GOEDHUYS JO 1687
5 15954 STEINHARDT STEFAN 1935 1-0 29921 MOERMAN PHILIPPE 1568
6 23281 VERBRUGGEN JEAN 1832 1-0 6050 MOEYERSONS KOENRAAD 1445
7 41742 HEYLEN JORIS 1847 1-0 55557 ZHAO LONG
8 24597 DUCAERT FREDERIK 1806 1-0 31623 COSTERMANS KAMIEL
< 2012 > < 1703 >
7 – 1

TSM1 – LV Leuven 1

Voor de negende ronde kreeg ons eerste het bezoek van Leuven. De jongens van Leuven spelen dit jaar met twee teams in tweede en hebben er duidelijk voor gekozen al hun klasbakken bijeen te zetten in één ploeg, om zo snel mogelijk weer de promotie naar eerste klasse af te dwingen. Voor de andere ploeg betekent dit natuurlijk een gans seizoen vechten tegen de degradatie. Een gevecht dat men in die andere Dijlestad reeds enkele ronden heeft opgegeven. Gelukkig voor ons spelen wij dit seizoen niet in de reeks van het “sterke” Leuven…

Wij konden deze ronde niet rekenen op de diensten van Mathias. Hij was al een ganse week ziek (op het ogenblik van dit schrijven zit hij trouwens nog altijd thuis op ziekenkas) en moest dus verstek geven.

Daarom was het Philip die plaats nam op het eerste bord. Philip had zelf ook liever niet gespeeld, aangezien hij om 17.00u al ergens moest zijn (hij wou niet zeggen waar…) en dus eigenlijk het lokaal niet later wilde verlaten dan 16.00u. Nu ja, we kunnen alleszins zeggen dat het hem gelukt is: Philip speelde als een wervelwind. En al leek die wervelwind na de opening vooral over de zwarte koningsstelling te zullen trekken, dan veranderde hij ergens ineens van koers, en trok dwars door de witte stelling. Na dertig zetten deed de witte stelling dan ook pijn aan de ogen, en gaf Philip maar op. Respectievelijke bedenktijden: Wit: 7 minuten – zwart: 90 minuten.

Op de andere borden verliep de strijd gelukkig iets fortuinlijker voor ons. Op het ogenblik dat Philip er de brui aan gaf, zat achtstebordspeler Freddy naar alle waarschijnlijkheid alweer thuis bij vrouw en kinderen. Ik heb z’n partij niet gezien, maar toen ik na ’n uur kwam kijken, stonden de stukken weer in de beginstelling, met Freddy z’n (zwarte) koning op e5…

De volgende partij die gedaan was, was die van Filip, op bord twee. Zijn tegenstander echter wilde de partij blijkbaar zo lang mogelijk uitstellen. Om te beginnen kwam hij ons clublokaal pas om 14.45u binnengelopen. Vervolgens begaf hij zich naar zijn bord, gevolgd door een lichtelijk geïrriteerde Filip, die zich mentaal al op een forfait had ingesteld. De witspeler voerde één zet uit, en verraste de gezamenlijke aanwezigen met de vraag: “Waar is er hier ergens een bankautomaat?”. Na een korte routebeschrijving door ondergetekende, beende de man weer het lokaal uit, om tien minuten later buiten adem weer binnen te stormen voor het vervolg van de partij. Of nee… eerst de tegenstander nog iets te drinken aanbieden natuurlijk!
Enfin, dat om maar te zeggen dat deze partij met een uur vertraging begon.
Op het bord maakten beide heren hun achterstand evenwel met rasse schreden goed. Misschien lieten ze zich inspireren door het belendende eerste bord, waar Philip nog steeds bezig was zijn almaar slechter wordende stelling verder uit te blitzen.
Maar om een (al veel te) lang verhaal kort te maken: Filip controleerde van in de opening rustig de stelling, kwam gaandeweg wat beter te staan, nam op de belangrijkere momenten even de tijd om het wat uit te rekenen, en kwam in een duidelijk beter eindspel terecht. Wit koos daarin echter voor de korte pijn door ineens een kwaliteit weg te geven. Hij hield het meteen voor bekeken, zodat ook Filip dus voor 16.00u klaar was.

Ikzelf was de volgende die mocht gaan rusten. In de opening had ik met de witte stukken weinig bereikt, en hoewel de stelling objectief gelijk was, had ik ze toch liever zelf met zwart gespeeld. Toen ik dan ook nog ergens een sterke zet van zwart had gemist, was het zelfs eerder wit die aan gelijk spel moest denken. Maar geen bluts zonder buil: Twee zetten na zijn verrassende …Da5, verraste hij me opnieuw, maar ditmaal met een blunder. Zwart leverde plots een stuk in, en na nog een tiental zetten gaf hij op.

Op bord vijf leverde Stefan mooi invallerswerk. Hij gaf de tegenstander met wit wat ruimte, maar toen zwart daar met …d5, …e5 en …f5 wat te gretig op inging, had hij alle moeite van de wereld om zijn centrum bijeen te houden. In zijn pogingen zijn pionnetjes tegen al wits handtastelijkheden te vrijwaren, liet hij steeds meer witte stukken in zijn stelling binnen. Niet verwonderlijk kostte dat hem uiteindelijk materiaal. Het begon met een kwaliteit, en eindigde met een halve stukkendoos. Mooi van Stef.

Zo stond het intussen 4-1. Van de overige borden stond Wim duidelijk beter, terwijl Jean verloren stond. Joris had een onduidelijke stelling, maar we vermoedden wel allemaal dat hij beter moest staan.

Joris had een theoretische onnauwkeurigheid van zwart al op de derde (!) zet kunnen afstraffen, maar hij kende de theorie zelf niet en ontwikkelde gewoon verder. Het werd een negentiende-eeuws aandoende partij, met schijnoffers op f7, vorken, penningen, noem maar op. Optisch allemaal prachtig voor wit, maar toch slaagde zwart er wonderwel in het evenwicht te handhaven. Hij moest daarvoor wel een hele partij lang verdedigen, en in tijdnood liep het mis. Zwart gaf net één tussenschaakje te veel, waarna bleek dat z’n aangevallen dame niet meet terugkon om het dreigende mat te dekken. Zwart offerde dan maar z’n dame tegen niks (nu ja, tegen een loper), maar kon de partij daarna uiteraard niet meer houden.

Jean was onze geluksvogel van de dag. Geplaagd door tandpijn en koorts, had hij het niet onder de markt met het verdedigen (met zwart) van zijn nogal passieve stelling. Toen hij dan voor al zijn ellende eindelijk een pionnetje meende te kunnen winnen, overzag hij ergens een schaakje en verloor hij een stuk. Niemand geloofde dan nog in zijn zaak, maar omdat de tegenstander zéér veel tijd had geïnvesteerd en in scherpe tijdnood verkeerde, speelde Jean nog even voort tot aan de veertigste zet. En ja hoor, daar rolde er zowaar een stevig uit de kluiten gewassen appel uit de kast. Ondergetekende hoorde (en zag) wat commotie rondom het zesde bord, en toen hij kwam kijken wat er aan de hand was, prijkte zwarts laatste paard triomfantelijk op e2, terwijl de witte koning op g1 en de (ongedekte!) toren op c1 mekaar verwijtend aankeken. De witspeler was intussen te beduusd om nog verder te spelen, en bleef naar zijn stelling staren tot zijn vlag viel.

6-1 dus, en Wim z’n stelling was er inmiddels één om jaloers op te zijn!
In de opening en het middenspel had Wim met zwart blijk gegeven van een fijn positioneel inzicht. Het was een complexe manoeuvreerpartij geworden, waarin wit de pedalen al snel was kwijtgeraakt. Hij had zijn koning al van miserie op de D-vleugel moeten onderbrengen, terwijl zijn witveldige loper zó slecht geworden was, dat ik hem eerst verwarde met ’n pion. Zwart überstürtzte niet, en besloop langzaam maar zeker de witte stelling. Toen hij er uiteindelijk dan toch doorheen brak, was het ineens met beslissend effect. Weer een mooie, rechtlijnige positionele partij van Wim, die vandaag al net zoveel indruk op me heeft gemaakt als vorige keer tegen Oostende (waarvoor hij in het vorige rondeverslag trouwens meer krediet had verdiend. Sorry, Mat :-) ).

Zo werd het dus 7-1. TSM1 is nu mathematisch zeker van het behoud. Dat valt mee, dan kunnen we zonder al te veel kopzorgen de ontmoetingen tegen het leidersduo (Brugge en Borgerhout) tegemoet zien.

Raf